VU toetst eerstejaarsstudenten op taalvaardigheid
Ruim 4000 eerstejaarsstudenten van de Vrije Universiteit maakten ook dit jaar weer de taaltoets Nederlands. 14 procent van deze studenten scoorde laag en moet een bijspijkercursus volgen. De taaltoets is ontwikkeld door het Taalcentrum-VU en maakt deel uit van het taalbeleid van de Vrije Universiteit. Sinds dit collegejaar is de taaltoets verplicht voor alle eerstejaarsstudenten. De resultaten worden teruggekoppeld naar de middelbare scholen waar ze vandaan komen.
Grootste struikelblokken
De taaltoets bestaat uit vijf onderdelen: spelling en interpunctie, structuur, grammatica, woordkeuze/woordenschat en formuleren. ‘De resultaten zijn vergelijkbaar met vorig jaar’, zegt Eline van Straalen, projectleider Taalbeleid van het Taalcentrum-VU. 14 procent van de studenten heeft laag gescoord, 44 procent gemiddeld en 42 procent hoog. Van de vijf onderdelen van de toets werd het slechtst gepresteerd op het onderdeel spelling en interpunctie. Zo wist slechts 40 procent van de studenten dat ‘onmiddellijk’ met dubbel ‘l’ geschreven moet worden. Ook bleken veel studenten moeite te hebben met de volgende zin: ‘Niets … [weerhouden] je ervan om het tentamen nog een keer te doen’. Slechts een krappe meerderheid van de studenten (56 procent) wist dat het correcte antwoord eindigt op dt.
Bijspijkeren in zes bijeenkomsten
Studenten die laag scoren, moeten verplicht deelnemen aan de bijspijkercursus Nederlands. Deze cursus bestaat uit zes bijeenkomsten van twee uur. De cursus behandelt de onderwerpen die in de taaltoets aan bod zijn gekomen en helpt studenten ernstige deficiënties weg te werken. Daarnaast biedt de cursus handvatten waarmee deelnemers hun taalvaardigheid na afloop zelf kunnen blijven verbeteren.

