Lichte, matige of strenge vorst: de taal van kou

Door Marc Wessels

De weermannen en -vrouwen gebruiken volop winterterminologie in hun weerpraatjes. Maar wat bedoelen ze eigenlijk met al die termen? Dompel je onder in de taal van kou.


Terwijl je vingers er buiten bijna afvriezen, hebben de weermannen en –vrouwen het doodleuk over lichte vorst. Net als je denkt dat het niet kouder kan, heeft het weerbericht het over matige vorst. Maar wat betekenen die termen eigenlijk?

Vier soorten vorst

De meteorologie in Nederland kent vier soorten vorst. Wanneer de temperatuur tussen de -5,0 °C en -0,0 °C zit, spreken meteorologen van lichte vorst. Een temperatuur tussen de -10,0 °C en -5,1 °C staat voor matige vorst. Waarden tussen de -15,0 °C en -10,1 °C betekenen strenge vorst en zeer strenge vorst staat voor alles onder de -15 graden Celsius. Deze temperaturen moeten daadwerkelijk worden gemeten in een weerhut, de gevoelstemperatuur telt niet mee.

Een weerhut?

Een weerhut is een klein wit kastje waarmee de luchttemperatuur wordt gemeten. Het kastje moet in een open grasvlakte staan, op anderhalve meter boven de grond. De weerhut moet verder beschikken over open jaloezieën. De wind heeft vrij spel, maar zon en neerslag kunnen niet binnendringen.

En een ijsdag dan?

Nu het zo koud is buiten, hoor je meteorologen ook regelmatig de term ‘ijsdag’ gebruiken. De term heeft niets te maken met mogelijke ijsvorming op open water, het gaat wederom om de gemeten temperatuur. Op een ijsdag komt de maximumtemperatuur de hele dag niet boven de 0 graden Celsius.

© Taalcentrum-VU   /  Algemene voorwaarden: Trainingen - Vertalingen   /  Sitemap   /  Webdesign : RAADHUIS /  Fotografie