Wees niet zuinig met lijm – Zo gebruik je structuurwoorden

Door Eric Tiggeler

Sommige brieven of mails hangen als los zand aan elkaar. Zin na zin moet de lezer zelf ontdekken hoe alles samenhangt. Waar ben je in het verhaal? Wat heeft de ene mededeling met de andere te maken? Voorkom onduidelijkheid met structuurwoorden: de lijm in je tekst.


Wat zijn structuurwoorden?

Structuuraanduidende woorden zijn woorden die het verband duidelijk maken tussen zinnen en alinea’s. Denk aan: maar, bovendien, hoewel, daarom en bijvoorbeeld. Hieronder zie je een paar voorbeelden van het effect.

Zet de zinnen niet los na elkaar:

Breng verband aan met structuurwoorden:

Met deze verzekering bent u verzekerd voor schades aan uw eigen auto. Schade aan uw auto door uw eigen schuld is niet verzekerd.

Met deze verzekering bent u verzekerd voor schades aan uw eigen auto. Maar schade aan uw auto door uw eigen schuld is niet verzekerd.

Uit ons onderzoek blijkt dat het systeem geen regelmatige back-ups maakt van belangrijke bedrijfsgegevens. Een back-up maken is in dit systeem een omslachtig en tijdrovend proces.

Uit ons onderzoek blijkt dat het systeem geen regelmatige back-ups maakt van belangrijke bedrijfsgegevens. Bovendien is een back-up maken in dit systeem een omslachtig en tijdrovend proces.

Maak het verband duidelijk

Aan de voorbeelden hierboven zie je hoe belangrijk het is zinnen niet zomaar achter elkaar te zetten. Door structuuraanduidende woorden te gebruiken, help je je lezers bij hun interpretatie van jouw tekst. Je voorkomt dat ze de moeite moeten nemen om zinnen te lezen en zelf te concluderen dat er een tegenstellend of een opsommend verband zit tussen de zinnen: maar en bovendien drukken dat expliciet uit. Ze maken je tekst veel hechter.

Welk structuurwoord wanneer?

Clichézinnen als de bovenstaande kun je beter niet gebruiken. Ze zijn ouderwets, klinken stijf en zeggen niet zoveel – het is nogal wiedes dat je hoopt dat je bericht de lezer ergens over informeert. Gebruik het slot liever om de lezer te herinneren aan een actie of te laten weten hoe hij jouw organisatie kan bereiken.

Hoe pak je het beter aan?

Welke structuurwoorden gebruik je om welk verband uit te drukken? Hieronder zie je de belangrijkste:

  • Opsommend verband: daarnaast, en, bovendien, niet alleen … maar ook, ten eerste, ten tweede, ten derde, verder
  • Tegenstellend verband: enerzijds … anderzijds, maar, hoewel
  • Redengevend en oorzakelijk verband: want, daarom, namelijk, omdat
  • Concluderend verband: dus, immers, kortom
  • Tijdsverband: voordat, terwijl, toen
  • Illustrerend verband: zoals, bijvoorbeeld

Wees er niet zuinig mee

Je kunt structuuraanduidende woorden eigenlijk niet te veel gebruiken. Lees daarom je e-mail of brief nog eens over, zodra er staat wat je wil zeggen. Verplaats jezelf in je lezer: jij als schrijver vindt het verband in jouw tekst vanzelfsprekend, maar voor de lezer geldt die vanzelfsprekendheid niet. Waar kun je een overgang, een voorbeeld of een tegenstelling verhelderen met een structuurwoord? Lijm je zinnen waar mogelijk aan elkaar: je tekst staat als een huis, je lezer begrijpt je gemakkelijker en sneller.

© Taalcentrum-VU   /  Algemene voorwaarden: Trainingen - Vertalingen   /  Sitemap   /  Webdesign : RAADHUIS /  Fotografie