Dr., dr., Mr., mr., academische titels: hoofdletter of niet?

Door Marc Wessels

​Na meerdere jaren studeren, heb je eindelijk het felbegeerde papiertje in hand. En je mag dus voortaan ook een titel voeren. Maar hoe schrijf je die academische titel eigenlijk? Met of zonder hoofdletter? En hoe zat het ook alweer met de klassieke titels voor op visitekaartjes?


Klassieke academische titels: klein

Schrijf afkortingen van traditionele academische titels, zoals doctorandus (drs.) of ingenieur (ir.) met een kleine letter en met een punt aan het einde. Deze titels staan altijd voor de naam. Voorbeeld: drs. J. Jansen, ir. A. de Vries.

Hoofdletters of niet

Internationale academische titels: hoofdletters

Gebruik hoofdletters bij internationaal afgesproken academische titels als MBA (Master of Business Administration) of titels die horen bij specifieke opleidingen, zoals RA (registeraccountant). Na deze titels komt er geen punt. Let op: bij sommige academische titels schrijf je een combinatie van hoofdletters en kleine letters. Zo is het BSc (Bachelor of Science) en PhD (Doctor of Philosophy), maar MA (Master of Arts).

En op visitekaartjes dan?

Klassieke academische titels schrijf je in principe met een kleine letter: 'Aanwezig was drs. Jan de Vries'. Op visitekaartjes krijgen die titels meestal een beginhoofdletter, omdat ze aan het begin van de regel staan. Bijvoorbeeld Drs. J. Jansen of Ir. R. de Vries. Een kleine letter kan ook, want deze schrijfwijze is een huisstijlkeuze, geen taalregel. Je zit in dit geval dus goed met elke keuze, zolang je die maar consequent toepast.

© Taalcentrum-VU   /  Algemene voorwaarden: Trainingen - Vertalingen   /  Sitemap   /  Webdesign : RAADHUIS /  Fotografie