VU-medewerker? Bekijk hier onze taaldiensten voor VU-medewerkers.

Annette van der Schee

Wanneer schrijf je een streepje tussen twee woorden?

Door Annette van der Schee
26 januari 2026

Ik wil advies

De basisregel

In het Nederlands mag je heel veel woorden gewoon aan elkaar plakken, zonder streepje dus. De basisregel is dat je woorden zo veel mogelijk aan elkaar schrijft. Denk aan managementrapportage, marathonschaatser of het rodewijnglas. Dit noem je samengestelde woorden: een samenvoeging van twee of meer woorden die ook zelfstandig kunnen worden gebruikt. Informatie + technologie = informatietechnologie, hypotheek + advies + gesprek = hypotheekadviesgesprek, vaste + klanten + kaart = vasteklantenkaart. 

 

Streepje bij lastig leesbare combinaties

Maar soms levert een aan elkaar geplakt woord een lastig leesbare combinatie op. Bijvoorbeeld bij rioolwaterzuiveringsinstallatie. Je mag voor de duidelijkheid en leesbaarheid dan ook kiezen voor een streepje: rioolwater-zuiveringsinstallatie. Denk ook aan een woord als massagebed: je kunt dit lezen als massage + bed én als massa + gebed. Een streepje op de juiste plaats helpt je lezer direct te begrijpen wat je bedoelt.

 

Streepje verplicht bij ‘speciale gevallen’

In andere gevallen moet je een streepje gebruiken, volgens de spellingregels. Dit is het geval bij klinkerbotsing, bij gelijkwaardige woorden, bij samenstellingen met bij (geografische) namen of met een woord dat zichzelf representeert, samenstellingen met letters, cijfers of leestekens, samenstellingen met afkortingen, met voorvoegsels of samenstellingen van meer dan twee woorden. Hieronder geven we van al deze ‘verplichte’ streepjes een voorbeeld.

 

  • Klinkerbotsing: als je twee woorden aan elkaar plakt die eindigen en beginnen met een/dezelfde klinker, zet er dan een streepje tussen: auto + ongeluk > auto-ongeluk, astma + aanval > astma-aanval, multi + inzetbaar > multi-inzetbaar. Zonder streepje zijn deze woorden lastiger in een keer te begrijpen.
  • Gelijkwaardige woorden: voorbeelden hiervan zijn hotel-restaurant, zwart-wit.
  • Samenstellingen met (geografische) namen: verbind je een woord met een geografische aanduiding, zet dan een streepje. Denk aan Noord-Holland, Midden-Amerika, Amsterdam-Zuid. Maar ook: oer-Hollands, anti-Europees. Ook in samenstellingen met andere namen is het streepje gebruikelijk: Rabobank-pas, Albert Heijn-reclame, Schiphol-tunnel, Zoom-vergadering, Samsung-telefoon. Aan elkaar mág in deze gevallen wel, maar voor de leesbaarheid heeft een streepje de voorkeur.
  • Samenstellingen met een woord dat zichzelf representeert zijn bijvoorbeeld: ik-vorm, de-woord.
  • Samenstellingen met letters, cijfers of leestekens: voorbeelden hiervan zijn 80-jarige, top-10, A4-formaat, %-aanduiding.
  • Samenstellingen met afkortingen: een streepje helpt om een woord makkelijker te lezen als er een afkorting in staat. Bijvoorbeeld arbo-verpleegkundige, wifi-versterker, btw-code.
  • Samenstelling met voorvoegsels: dit zijn woorden als oud-leerling, niet-bestaande, ex-vriend, aspirant-coach.
  • Samenstellingen van meer dan twee woorden: ook hierbij zijn streepjes een must voor de leesbaarheid.  Kijk maar eens naar deze voorbeelden: kant-en-klaarmaaltijd, doe-het-zelfwinkel, verdeel-en-heerspolitiek.

 

Meer weten?

Twijfel je of je wel of geen streepje moet gebruiken? Zoek het woord dan op in een betrouwbare bron, zoals www.woordenlijst.org. Je mag ons ook altijd mailen als je een vraag hebt: info@taalcentrum-vu.nl. Wil je oefenen met de regels, doe dan onze onlinespellingcursus of geef je op voor de workshop Correct Nederlands.

 

Auteur: Annette van der Schee

Annette is onze directeur. Het liefst vogelt ze uit hoe we het verschil kunnen maken bij het oplossen van communicatievraagstukken.

Meer over Annette
certificaat1
certificaat1
certificaat2
certificaat3
certificaat5
crkbo