Ervan uit, er vanuit, ervanuit, wat is de juiste spelling? Wanneer schrijf je van of uit aan een voorafgaand of volgend woord vast? En is ervan nou één woord of niet?
Het blijft een struikelblok: ik ga ervan uit, ervanuit, er vanuit? Wanneer schrijf je van of uit aan een voorafgaand of volgend woord vast?
Ervan uitgaan
De juiste schrijfwijze is: ervan uitgaan, ik ga ervan uit. De regel is: schrijf voorzetsels (zoals van en uit) aan een voorafgaand of volgend woord vast als het voorzetsel niet hoort bij een ander woord.
Waarom ervan?
Je schrijft er aan van vast, omdat het voorzetsel van niet hoort bij een werkwoord of een ander woord. Dan schrijf je het vast aan andere voorzetsels of bijwoorden: ervan, ertussen, erdoor, daarvan, daardoor. Het is bijvoorbeeld ook hiervan uitgaan, daarvan uitgaan. Ervan schrijf je dus aan elkaar.
Waarom niet vanuit of ervanuit?
Het is niet vanuit of ervanuit, omdat uit hoort bij het werkwoord uitgaan (van). U schrijft het voorzetsel uit niet vast aan een ander woord dan het werkwoord zelf. Soms komt uit los te staan: ik ga ervan uit.
Werkwoorden als afhangen van, afzien van, ingaan op gedragen zich op dezelfde manier: ervan afhangen, ervan afzien, erop ingaan.
Meer taaltips
Verder aan je spelling werken? Volg onze eendaagse cursus Correct Nederlands.