VU-medewerker? Bekijk hier onze taaldiensten voor VU-medewerkers.

Hen of hun, hoe zat het ook alweer?

Hoe gebruik je hen en hun in een zin?

Door Eric Tiggeler
2 maart 2026

Contact opnemen

Hen of hun, weet jij wanneer je welk woordje gebruikt? Hen of hun wordt vaak door elkaar gebruikt, maar betekent zeker niet hetzelfde. Hoe zat het ook alweer? We leggen uit hoe het zit, hoe je hun en hen in een zin gebruikt, en we hebben nog een handige tip.

Hun of hen? De uitleg

Is het Ik heb hen niet gezien of Ik heb hun niet gezien?

Het juiste antwoord is Ik heb hen niet gezien. De hoofdregels voor de keuze tussen hun en hen:

  • Gebruik hun bij een meewerkend voorwerp (zonder voorzetsel).
  • Gebruik hen na een voorzetsel en in alle andere gevallen.

Stappenplan hen of hun

De regels voor het gebruik van hen en hun zijn duidelijk. Echter, in de praktijk is het niet altijd eenvoudig om de regels toe te passen. Want hoe gebruik je hun of hen nu in een zin? Als je onderstaand stappenplan volgt, pas jij de regels voortaan correct toe.

Vraag 1: staat er een voorzetsel voor hen/hun? Dan is alleen hen correct.

  • Hij wil met name deze taak graag aan hen overlaten.
  • Aan hen die vielen.

Vraag 2: staat er geen voorzetsel voor? Schrijf dan hun bij een meewerkend voorwerp (dat wil zeggen: als je er aan of voor bij kunt denken).

  • Hij gaf hun (= aan hen) een boek.
  • Hij schonk hun (= voor hen) een borrel in.

In alle andere gevallen is het hen: als er geen voorzetsel voor staat en het geen meewerkend voorwerp is.

  • Hij dankte hen voor de feestelijke dag.

Test jezelf

Nu je de regels kent, moeten onderstaande opgaven geen probleem zijn.

Is het hun of hen?

  1. De actievoerder overhandigde hen/hun de handtekeningen.
  2. De actievoerder overhandigde aan hen/aan hun de handtekeningen.
  3. Ik zag hen/hun op straat lopen.

De antwoorden vind je onderaan deze blog.

Tip voor hun en hen

Overweeg om hen af te wisselen met ze, zoals dat ook in de spreektaal gebeurt: ik heb het ze gevraagd.

De juiste antwoorden:

  1. hun (meewerkend voorwerp)
  2. aan hen (hen na voorzetsel)
  3. hen (lijdend voorwerp)

Auteur: Eric Tiggeler

Maakt schrijftrainingen, redigeert teksten, schrijft taalboeken en -blogs. Wordt taalgoeroe genoemd, maar leert gelukkig nog elke dag iets nieuws.

 

Meer over Eric
certificaat1
certificaat1
certificaat2
certificaat3
certificaat5
crkbo